Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Mentorschap; art. 1:450 e.v. BW. Mogelijkheid om geschil over door mentor te verrichten…
Hoge Raad, 11 januari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY8145 · Hoge Raad · 11 januari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-by8145
Zaakgegevens
Op 11 januari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 januari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/02812
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BY8145
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Mentorschap; art. 1:450 e.v. BW. Mogelijkheid om geschil over door mentor te verrichten rechtshandeling aan rechter voor te leggen?
Procesgang
Gerechtshof Leeuwarden · 6 maart 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9984Hoge Raad · 11 januari 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BY8145
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 januari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY8145
Uitspraak
11 januari 2013
Eerste Kamer
12/02812
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
2. [Verzoekster 2],
3. [Verzoeker 3],
4. [Verzoekster 4],
allen wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
M. WIJNGAARD,
wonende te Harkstede,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster 1], [verzoekster 2] en de ouders en de mentor.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. in de zaak 506925\MB VERZ 11-113 van de kantonrechter te Groningen van 16 juni 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.093.615 van het gerechtshof te Leeuwarden van 6 maart 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster 1], [verzoekster 2] en de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De mentor heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 januari 2013.