Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoorziene omstandigheden; afwijzing…

Hoge Raad, 5 april 2013

Zaakgegevens

Op 5 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 april 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/05214
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.J van Basten Batenburg, mr. S.M. Kingma
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY8286
E-mail

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoorziene omstandigheden; afwijzing vordering tot schadeloosstelling huurder.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 maart 2010

    ECLI:NL:GHSHE:2010:BT1684
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 augustus 2011

    ECLI:NL:GHSHE:2011:BT1685
  3. Hoge Raad · 5 april 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BY8286

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 5 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BY8286

Uitspraak

5 april 2013

Eerste Kamer

11/05214

EV/DH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. DE POMPERNICKEL V.O.F.,

gevestigd te Breda,

2. [Eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Eiser 3],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,

t e g e n

LAURENTIUS,

gevestigd te Breda,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. S.M. Kingma.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als De Pompernickel c.s. en Laurentius.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 546286 CV EXPL 09-3665 van de kantonrechter te Breda van 23 december 2009;

b. de arresten in de zaak HD 200.055.101 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 maart 2010 en 23 augustus 2011.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van 23 augustus 2011 van het hof hebben De Pompernickel c.s. beroep in cassatie ingesteld.

Laurentius heeft voorwaardelijk incidenteel cassatie-beroep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor De Pompernickel c.s. toegelicht door hun advocaat en voor Laurentius door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt De Pompernickel c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Laurentius begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.