Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik in verband met…
Hoge Raad, 17 mei 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ4181 · Hoge Raad · 17 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz4181
Zaakgegevens
Op 17 mei 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12/01023
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.L van Lookeren Campagne, mr. P.A. Fruytier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ4181
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik in verband met renovatiewerkzaamheden, art. 7:274 lid 1 sub c BW.
Procesgang
Hoge Raad · 17 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ4181
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ4181
Uitspraak
17 mei 2013
Eerste Kamer
12/01023
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. MOSKITO FILM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiser 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Eiseres 5],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,
t e g e n
NOORD-INVEST B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, EISERES in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P.A. Fruytier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Noord-Invest.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 880969 CV EXPL 07-20323 van de kantonrechter te Amsterdam van 8 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.011.588/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 augustus 2011.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Noord-Invest heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Noord-Invest mede door mr. B.I. Bethlehem, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen en een nieuwe datum zal bepalen waarop de huurovereenkomst zal eindigen.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Aangezien de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 16 augustus 2013 en dat [eiser] c.s. uiterlijk op die datum het gehuurde ontruimd dienen te hebben en ter beschikking van Noord-Invest dienen te stellen, met machtiging van Noord-Invest de ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Noord-Invest B.V. begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.