Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Opschorting. Vereiste van voldoende samenhang als bedoeld in art. 6:52 lid 1 en lid 2 BW.
Hoge Raad, 12 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ8362 · Hoge Raad · 12 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz8362
Zaakgegevens
Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/02493
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P Heering, mr. Chr.F. Kroes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ8362
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Opschorting. Vereiste van voldoende samenhang als bedoeld in art. 6:52 lid 1 en lid 2 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 31 januari 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3546Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ8362Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ8362
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gedeeltelijk contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02493
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de vennootschap naar Frans recht CHAMTOR S.A.,
gevestigd te Bazancourt, Frankrijk,
EISERES tot cassatie, VERWEERSTER in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
1. CARBOPLY B.V.,
gevestigd te Emmen,
2. BASIC SUPPLY GROUP B.V.,
gevestigd te Emmen,
VERWEERSTERS in cassatie, EISERESSEN in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. Chr.F. Kroes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Chamtor, CBV en BSG.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
-
het vonnis in de zaak 264597/HA ZA 06-1455 en de zaak 254374/HA ZA 05-3660 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 september 2006 en 29 oktober 2008;
-
het arrest in de zaak 200.028.312/01 en de zaak 200.031.038/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 31 januari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Chamtor beroep in cassatie ingesteld. CBV en BSG hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en, wat betreft het incidenteel cassatieberoep, tot vernietiging van het bestreden arrest van het hof voor zover het hof daarin de bevoegdheid van CBV om zijn betalingsverplichting in verband met door Chamtor aan haar geleverde ‘Carboply’ op te schorten afwijst en voorts beslissingen neemt, die op deze afwijzing voortbouwen.
De advocaat van Chamtor heeft bij brief van 2 mei 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
De onderdelen a(i), b en c bestrijden de verwerping door het hof van het betoog van CBV dat het tekortschieten door Chamtor in haar verplichting tot levering van Proply aan CBV het recht gaf de betaling van de facturen ter zake van de levering van Carboply op te schorten (rov. 34). Volgens de onderdelen heeft het hof miskend dat tussen de levering van Proply en de levering van Carboply voldoende samenhang bestond als bedoeld in art. 6:52 BW.
Het oordeel van het hof in rov. 34 is verweven met waarderingen van feitelijke aard en geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het vereiste van voldoende samenhang als bedoeld in art. 6:52 lid 1 en lid 2 BW. Voorts is dit oordeel voldoende gemotiveerd. Daarop stuiten de klachten van de onderdelen a(i), b en c af.
De klachten van de onderdelen a(ii), d en e kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Chamtor in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CBV en BSG begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt CBV en BSG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chamtor begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp. C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.