Civiel recht overig
Art. 80a lid 1 RO. Bestuursrechter verklaart verzet ongegrond (art. 8:55 Awb). Geen cassatieberoep tegen…
Hoge Raad, 13 juni 2014
ECLI:NL:HR:2014:1388 · Hoge Raad · 13 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-1388
Zaakgegevens
Op 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juni 2014
- Datum publicatie
- 12 juni 2014
- Zaaknummer
- 14/01423
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:1388
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 80a lid 1 RO. Bestuursrechter verklaart verzet ongegrond (art. 8:55 Awb). Geen cassatieberoep tegen uitspraak bestuursrechter.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 mei 2014
ECLI:NL:PHR:2014:379Hoge Raad · 13 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:1388
Uitspraak
13 juni 2014
EErste Kamer
nr. 14/01423
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
t e g e n
de MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de minister.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de uitspraken in de zaak BRE 13/3461 BESLU van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 juli 2013 en 18 november 2013.
De uitspraken van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de uitspraken van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt ertoe dat de Hoge Raad zich onbevoegd zal verklaren van dit cassatieberoep kennis te nemen.
[verzoeker] c.s. hebben bij brief van 15 mei 2014 op dit standpunt gereageerd.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 6).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet- ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 juni 2014.