Civiel recht overig
Arubaanse zaak. Schadevordering van eigenaar motorfiets jegens bestuurder auto na aanrijding…
Hoge Raad, 31 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:214 · Hoge Raad · 31 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-214
Zaakgegevens
Op 31 januari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2014
- Datum publicatie
- 31 januari 2014
- Zaaknummer
- 12/06001
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:214
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Arubaanse zaak. Schadevordering van eigenaar motorfiets jegens bestuurder auto na aanrijding. Appelprocesrecht, devolutieve werking, motiveringsklachten.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 november 2013
ECLI:NL:PHR:2013:1822Hoge Raad · 31 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:214
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
31 januari 2014
Eerste Kamer
nr. 12/06001
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. NEW INDIA INSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,
gevestigd te Aruba,
2. [verzoeker 2],
wonende te Aruba,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. I.C. Blomsma,
t e g e n
[verweerder],
wonende te Aruba,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als New India c.s. en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak A.R. no. 2230 van 2006 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 7 november 2007 en 19 augustus 2009,
b. de vonnissen in de zaak AR-2230/06-H-103/10 Ghis 47611 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 december 2010, 21 juni 2011, 22 november 2011 en 18 september 2012.
De vonnissen van het hof van 22 november 2011 en 18 september 2012 zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof van 22 november 2011 en 18 september 2012 hebben New India c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van het vonnis van 18 september 2012 en tot verwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
3 Beoordeling van het middel
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Op 12 januari 2006, omstreeks 21.30 uur, heeft zich te San Nicolaas (Aruba) op de weg Caya Jose Geerman Sr. ter hoogte van perceel 69 een aanrijding voorgedaan tussen een door [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) bestuurde motorfiets en een door verzoeker tot cassatie onder 2 (hierna: [verzoeker 2]) bestuurde auto. Als gevolg van de aanrijding is schade ontstaan aan de motorfiets, die in eigendom toebehoorde aan [verweerder] (de vader van [betrokkene]).
(ii) [verzoeker 2] was ten tijde van deze aanrijding voor het risico van wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij verzoeker tot cassatie onder 1 (hierna: New India).
(iii) [betrokkene] beschikte ten tijde van de aanrijding niet over een rijbewijs voor het besturen van een motorfiets; wel was hij houder van een rijbewijs voor het besturen van een auto.
[verweerder] heeft van New India c.s. vergoeding gevorderd van de door hem aan de motorfiets geleden schade, die hij (na vermindering van eis) heeft begroot op een bedrag van Afl. 25.576,--.
New India c.s. hebben zich onder meer op eigen schuld van [betrokkene] beroepen en de hoogte van de gestelde schade betwist. New India heeft betoogd dat op de dagwaarde van de motorfiets van Afl. 7.250,-- de waarde van het wrak van Afl. 1.500,-- in mindering dient te worden gebracht, zodat een schadebedrag van Afl. 5.750,-- resteert. Gedurende de procedure in eerste aanleg heeft New India medegedeeld dat zij laatstgenoemd bedrag (onverplicht) aan [verweerder] heeft voldaan, en daaraan de conclusie verbonden dat de vordering van [verweerder] integraal dient te worden afgewezen.
Het gerecht heeft de vordering van [verweerder] afgewezen. Het hof heeft New India c.s. veroordeeld tot betaling van Afl. 1.500,--.
Onderdeel 1 van het middel klaagt over de onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof in rov. 2.5 van het eindvonnis dat New India c.s. dienen te worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van Afl. 1.500,--. Daartoe verwijst het onderdeel naar het betoog van New India dat hiervoor in 3.2.2 is weergegeven.
Deze klacht slaagt. Op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep was het hof ertoe gehouden om, bij gegrondbevinding van een of meer grieven van [verweerder], alsnog het door New India c.s. in eerste aanleg gevoerde verweer met betrekking tot bestaan en omvang van de door [verweerder] gevorderde schade te onderzoeken. Uit rov. 2.5 van het eindvonnis blijkt niet dat het hof dit onderzoek heeft verricht.
Onderdeel 2 klaagt dat het hof in zijn tussenvonnis en zijn eindvonnis niet dan wel onvoldoende kenbaar is ingegaan op het verweer van [verzoeker 2] respectievelijk New India in eerste aanleg en in hoger beroep dat bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding rekening dient te worden gehouden met eigen schuld aan de zijde van [verweerder].
Deze klacht slaagt eveneens. Het gerecht heeft de vordering van [verweerder] afgewezen, en is derhalve niet toegekomen aan het beroep van [verzoeker 2] en New India op eigen schuld aan de zijde van [verweerder]. Op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep was het hof ertoe gehouden om, bij gegrondbevinding van een of meer grieven van [verweerder], alsnog dit beroep op eigen schuld te onderzoeken. Noch uit het tussenvonnis noch uit het eindvonnis blijkt dat het hof dit onderzoek heeft verricht.
Onderdeel 3 behoeft geen behandeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de vonnissen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 22 november 2011 en 18 september 2012;
verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing;
veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van New India c.s. begroot op € 773,38 aan verschotten en op € 2.600,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 31 januari 2014.