Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Verzoek tot wijziging partneralimentatie. Vaststelling draagkracht, ‘alimentatienormen’.

Hoge Raad, 28 maart 2014

Zaakgegevens

Op 28 maart 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 maart 2014
Datum publicatie
27 maart 2014
Zaaknummer
13/05545
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. A.H.M. van den Steenhoven
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:751
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Verzoek tot wijziging partneralimentatie. Vaststelling draagkracht, ‘alimentatienormen’.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHARL:2013:5282
  2. Conclusie A-G · 14 februari 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:75
  3. Hoge Raad · 28 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:751

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

28 maart 2014

Eerste Kamer

nr. 13/05545

EV/NH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 128082/FA RK 12-421 van de rechtbank Almelo van 15 augustus 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.116.615 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 juli 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-7).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.