Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging, schending informatieplicht. Feitelijke grondslag…

Hoge Raad, 23 januari 2015

Zaakgegevens

Op 23 januari 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2015
Datum publicatie
23 januari 2015
Zaaknummer
14/05206
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:117
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging, schending informatieplicht. Feitelijke grondslag. Ontoelaatbaar feitelijk novum.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 november 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2191
  2. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:7800
  3. Hoge Raad · 23 januari 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:117

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

23 januari 2015

Eerste Kamer

nr. 14/05206

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/07/12/772 R van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 14 augustus 2012 en 5 september 2014;

b. het arrest in de zaak 200.155.849/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 oktober 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion enT.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 23 januari 2015.