Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid. Indiening cassatierekest per e-mail? Art. 33 Rv, art. 10.1 Reglement…
Hoge Raad, 18 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3614 · Hoge Raad · 18 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2015-3614
Zaakgegevens
Op 18 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2015
- Datum publicatie
- 17 december 2015
- Zaaknummer
- 15/04345
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.R. Schuckink Kool.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3614
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid. Indiening cassatierekest per e-mail? Art. 33 Rv, art. 10.1 Reglement rekestzaken Hoge Raad.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2292Hoge Raad · 18 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3614
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
18 december 2015
Eerste Kamer
15/04345
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking en het vonnis in de zaak R/14/58 van de rechtbank Overijssel van 16 juni 2015 en 8 september 2015.
De beschikking en het vonnis zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank van 8 september 2015 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 20 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
Het cassatieberoep is ingesteld door toezending van een cassatierekest per e-mail.
Ingevolge art. 33 Rv kunnen processtukken elektronisch worden ingediend indien van deze mogelijkheid voor het desbetreffende gerecht blijkt uit een voor dat gerecht vastgesteld procesreglement.
Het Reglement rekestzaken van de civiele kamer van de Hoge Raad der Nederlanden voorziet niet in de mogelijkheid van toezending per e-mail: art. 10.1 bepaalt dat processtukken per post of door middel van faxapparatuur kunnen worden ingediend. Dat niet wordt voorzien in de mogelijkheid processtukken per e-mail in te dienen is bovendien aan de advocaten bij de Hoge Raad bevestigd in een brief van de voorzitter van de civiele kamer van 26 juni 2014.
Anders dan de advocaat van [verzoeker] in zijn reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal betoogt, is de toegang tot de Hoge Raad niet in het geding.
Het cassatieberoep kan immers worden ingesteld door indiening van een cassatierekest door overhandiging ter griffie, per post of per fax, waarbij voor de laatste wijze van indiening geldt dat stukken die voor 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn per fax zijn ingekomen, gelden als binnen de termijn ingediend (art. 10.3).
[verzoeker] is dan ook niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 december 2015.