Civiel recht overig

Art. 80a RO. Onteigening. Art. 17 Ow; onderhandelingsplicht. Noodzaak en urgentie gevorderde onteigening.

Hoge Raad, 9 januari 2015

Zaakgegevens

Op 9 januari 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 januari 2015
Datum publicatie
9 januari 2015
Zaaknummer
14/04346
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.L.J. Duijsens
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:43
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a RO. Onteigening. Art. 17 Ow; onderhandelingsplicht. Noodzaak en urgentie gevorderde onteigening.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 november 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2004
  2. Hoge Raad · 9 januari 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:43

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

9 januari 2015

Eerste Kamer

nr. 14/04346

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

de GEMEENTE OOSTERHOUT,
zetelende te Oosterhout,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/02/275959/HA ZA 14-50 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 februari 2014 en 2 juli 2014.

De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 2 juli 2014 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Tegen de Gemeente is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijk verklaring op de voet van artikel 80a RO.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 21 november 2014 op dat standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-10).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgsproken door de raadsheer G. de Groot op 9 januari 2015.