Civiel recht overig
Tussenarrest. Aanhouding behandeling cassatiemiddelen in afwachting van antwoord op in HR 13 december 2013…
Hoge Raad, 27 februari 2015
ECLI:NL:HR:2015:498 · Hoge Raad · 27 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2015-498
Zaakgegevens
Op 27 februari 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 februari 2015
- Datum publicatie
- 26 februari 2015
- Zaaknummer
- 13/04439
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:498
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenarrest. Aanhouding behandeling cassatiemiddelen in afwachting van antwoord op in HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881 aan Benelux-Gerechtshof gestelde prejudiciële vragen over overgangsrecht met betrekking tot het vervallen van art. 21 lid 3 (oud) BTMW.
Procesgang
Rechtbank Arnhem · 10 juni 2009
ECLI:NL:RBARN:2009:BI8323Gerechtshof Arnhem · 15 maart 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0959Gerechtshof Arnhem · 11 september 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BX8850Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 januari 2015
ECLI:NL:PHR:2015:11Hoge Raad · 27 februari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:498
Uitspraak
27 februari 2015
Eerste Kamer
13/04439
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
B.V. MEUBELINDUSTRIE HET ANKER DRUTEN,
gevestigd te Druten,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. S.M. Kingma,
t e g e n
MONTIS HOLDING B.V.,
gevestigd te Dongen,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als het Anker en Montis.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 159681/HA ZA 07-1380 van de rechtbank Arnhem van 17 oktober 2007, 27 augustus 2008 en 10 juni 2009;
b. de arresten in de zaak 200.040.779 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 maart 2011, 11 september 2012 en 11 juni 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft het Anker beroep in cassatie ingesteld. Montis heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep met veroordeling van de andere partij in de kosten op de voet van art. 1019h Rv.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt ertoe dat de Hoge Raad de behandeling van het principaal en het incidenteel cassatieberoep zal aanhouden tot na de beantwoording van de prejudiciële vragen, gesteld in de procedure onder rolnummer 12/02029.
3 Beoordeling in het principale en het incidentele beroep
In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.1.
Onderdeel 2.4 van het middel in het incidentele beroep klaagt over het oordeel van het hof met betrekking tot de overgangsrechtelijke gevolgen van het vervallen van art. 21 lid 3 (oud) eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen (hierna: BTMW), per 1 december 2003, krachtens het Protocol van 20 juni 2002 tot wijziging van de BTMW.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881 in zaak 12/02029 (Montis/[...]) de volgende prejudiciële vragen met betrekking tot de overgangsrechtelijke gevolgen van het vervallen van art. 21 lid 3 (oud) BTMW aan het Benelux-Gerechtshof voorgelegd:
1. Dient het vervallen van art. 21 lid 3 (oud) BTMW, per 1 december 2003, krachtens het Protocol van 20 juni 2002 tot wijziging van de BTMW aldus te worden uitgelegd - mede gezien de noodzaak van een uitleg conform de Beschermingstermijnrichtlijn - dat het auteursrecht ten aanzien van een werk van toegepaste kunst dat voor 1 december 2003 is vervallen wegens het niet tijdig afleggen van een instandhoudingsverklaring, als blijvend vervallen geldt, dan wel op enig tijdstip is herleefd?
2. Indien het antwoord op vraag 1 luidt dat het auteursrecht op enig tijdstip is herleefd, met ingang van welk tijdstip is dat dan het geval:
(a) het tijdstip waarop het auteursrecht ingevolge art. 21 lid 3 (oud) BTMW bij gebreke van een instandhoudingsverklaring is vervallen,
(b) het tijdstip genoemd in art. 10 lid 2 in verbinding met art. 13 lid 1 beschermings-termijnrichtlijn,
(c) het tijdstip waarop art. 21 lid 3 (oud) BTMW is vervallen, of
(d) een ander tijdstip?
Deze prejudiciële vraagstelling is bij het Benelux-Gerechtshof aanhangig als zaak A 2013/2 (Montis/[...]).
De Hoge Raad ziet aanleiding de behandeling van de middelen aan te houden totdat het Benelux-Gerechtshof in zaak A 2013/2 antwoord heeft gegeven op vorenstaande prejudiciële vragen.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
bepaalt dat de meest gerede partij de zaak opnieuw op de rol kan brengen voor het nemen van een akte naar aanleiding van het door het Benelux-Gerechtshof in zaak A 2013/2 te wijzen arrest;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.E. Drion, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 februari 2015.