Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid; in dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art…
Hoge Raad, 16 december 2016
ECLI:NL:HR:2016:2878 · Hoge Raad · 16 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-2878
Zaakgegevens
Op 16 december 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 december 2016
- Datum publicatie
- 15 december 2016
- Zaaknummer
- 16/04401
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Th.C. Visser
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2878
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid; in dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art. 407 lid 3 Rv). Verzuim niet hersteld binnen daarvoor gegeven termijn.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 april 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1548Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 oktober 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1080Hoge Raad · 16 december 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2878
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
16 december 2016
Eerste Kamer
16/04401
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. Th.C. Visser,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 2656279 CV EXPL 13-33226 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 november 2014;
b. het arrest in de zaak 200.167.544/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 april 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
De dagvaarding voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv omdat daarin geen advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen. Aan [eiseres] is de gelegenheid gegeven dit verzuim te herstellen door uiterlijk 23 september 2016 alsnog een advocaat bij de Hoge Raad te stellen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [eiseres] in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 december 2016.