Civiel recht overig
Procesrecht, gezondheidsrecht. Klacht tegen beslissing Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg…
Hoge Raad, 22 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:728 · Hoge Raad · 22 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-728
Zaakgegevens
Op 22 april 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2016
- Datum publicatie
- 22 april 2016
- Zaaknummer
- 15/05687
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:728
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Procesrecht, gezondheidsrecht. Klacht tegen beslissing Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Niet-ontvankelijkheid; art. 75 Wet BIG.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 februari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:59Hoge Raad · 22 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:728
Uitspraak
22 april 2016
Eerste Kamer
15/05687
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie.
Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser].
1 Het geding
Bij exploot van 1 december 2015 heeft [eiser] een cassatiedagvaarding uitgebracht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot nietigverklaring van de op 1 december 2015 uitgebrachte dagvaarding.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 75 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg staat tegen een beslissing van het centrale tuchtcollege geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet. [eiser] dient derhalve in zijn beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 april 2016.