Civiel recht overig
Procesrecht, gezondheidsrecht. Klacht tegen beslissing Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg…
ECLI:NL:PHR:2016:59 · Parket bij de Hoge Raad · 12 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2016-59
Zaakgegevens
Op 12 februari 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2016
- Datum publicatie
- 19 februari 2016
- Zaaknummer
- 15/05687
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:59
Samenvatting
Procesrecht, gezondheidsrecht. Klacht tegen beslissing Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Niet-ontvankelijkheid; art. 75 Wet BIG.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:59
Hoge Raad · 22 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:728
Conclusie
15/05687
Mr. F.F. Langemeijer
12 februari 2016
Conclusie inzake:
[eiser]
1. [eiser] (hierna: eiser) heeft bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam een klacht ingediend tegen psychiater [de psychiater]. Op 12 september 2014 heeft dat college de klacht afgewezen. Het door eiser daartegen ingestelde hoger beroep is bij beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 10 september 2015 (nr. C 2014.473) verworpen.
2. Eiser heeft bij exploot van 1 december 2015 psychiater [de psychiater] doen dagvaarden tegen de zitting van de Hoge Raad, kamer voor burgerlijke zaken, van 11 december 2015 en hem aangezegd beroep in cassatie in te stellen tegen genoemde beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
3. De eiser in cassatie in burgerlijke zaken is gehouden in het exploot van dagvaarding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid (art. 407 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Van de hem geboden gelegenheid tot herstel van dit gebrek heeft eiser geen gebruik gemaakt. Om deze reden behoort de dagvaarding nietig te worden verklaard.
4. Art. 75 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bepaalt dat tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege geen andere voorziening openstaat dan cassatie in het belang der wet. Een voordracht tot cassatie in het belang der wet kan alleen worden gedaan door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Bij brief van 23 december 2015 heeft eiser zich alsnog gewend tot de procureur-generaal bij de Hoge Raad met een verzoek om cassatie in het belang der wet te bevorderen. Hierop zal afzonderlijk worden beslist.
5. Mijn conclusie strekt tot nietigverklaring van de op 1 december 2015 uitgebrachte dagvaarding.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a – g