Civiel recht overig
Art. 80a lid 1 BW. Cassatieberoep ingediend door minderjarigen zonder rechtsbijstand; betekenis van HR 29 mei…
Hoge Raad, 3 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:158 · Hoge Raad · 3 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-158
Zaakgegevens
Op 3 februari 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2017
- Datum publicatie
- 2 februari 2017
- Zaaknummer
- 16/04932
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:158
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 80a lid 1 BW. Cassatieberoep ingediend door minderjarigen zonder rechtsbijstand; betekenis van HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409, NJ 2015/293.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1262Hoge Raad · 3 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:158
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
3 februari 2017
Eerste Kamer
16/04932
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1] ,
2. [verzoekster 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTERS tot cassatie.
Verzoeksters zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] c.s.
1 Het geding
Bij brief van 2 oktober 2016 hebben [verzoekster] c.s. een verzoek tot cassatie ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoekers in hun cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.
[verzoekster] c.s. hebben bij brief van 15 december 2016 op dit standpunt gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-12).
Hierbij verdient opmerking dat de beslissing van HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409, NJ 2015/293, rov. 3.4.5, derde alinea, niet inhoudt dat een minderjarige bij een verzoek als bedoeld in art. 1:250 BW zonder de wettelijk verplichte rechtsbijstand van een advocaat een rechtsmiddel kan aanwenden, maar uitsluitend dat de minderjarige dit kan zonder vertegenwoordigd te worden door een wettelijk vertegenwoordiger (ouder of voogd).
Gelet op het vorenstaande zal de Hoge Raad – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 februari 2017.