Civiel recht overig
BOPZ. Voorlopige machtiging. Afwijzing verzoek om contra-expertise (art. 8 lid 6 Wet Bopz). HR 6 maart 2015…
Hoge Raad, 29 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2528 · Hoge Raad · 29 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-2528
Zaakgegevens
Op 29 september 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2017
- Datum publicatie
- 29 september 2017
- Zaaknummer
- 17/03320
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.M. Wagemakers
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2528
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BOPZ. Voorlopige machtiging. Afwijzing verzoek om contra-expertise (art. 8 lid 6 Wet Bopz). HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:528, NJ 2015/131.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 augustus 2017
ECLI:NL:PHR:2017:984Hoge Raad · 29 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2528
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
29 september 2017
Eerste Kamer
17/03320
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/525166/FA RK 17-3225 van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam.
3 Beoordeling van het middel
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een voorlopige machtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene.
(ii) De rechtbank heeft dit verzoek op 26 april 2017 mondeling behandeld. Daarbij waren onder meer aanwezig betrokkene, zijn advocaat en zijn behandelend arts.
(iii) Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling heeft de advocaat medegedeeld dat betrokkene opnieuw onderzocht wil worden omdat hij twijfelt aan de diagnose.
De rechtbank heeft de verzochte machtiging verleend.
Onderdeel 1 klaagt dat de rechtbank heeft nagelaten te beslissen op het verzoek om een contra-expertise dan wel het verzoek zonder enige motivering heeft afgewezen.
Het onderdeel is gegrond. De rechtbank heeft in haar beschikking geen aandacht besteed aan het verzoek om een contra-expertise. Indien de beschikking aldus moet worden verstaan dat de rechtbank het verzoek heeft afgewezen, heeft te gelden dat een verzoek om een contra-expertise slechts gemotiveerd kan worden afgewezen (zie onder meer HR 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5978, NJ 2007/153 en HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:528, NJ 2015/131).
Onderdeel 2 behoeft geen behandeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 september 2017.