Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Lichamelijk letsel. Psychische predispositie. Causaal…

Hoge Raad, 9 maart 2018

Zaakgegevens

Op 9 maart 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 maart 2018
Datum publicatie
9 maart 2018
Zaaknummer
17/00002
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. K. Aantjes
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:311
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Lichamelijk letsel. Psychische predispositie. Causaal verband. Beperking toerekening tot vijf jaar.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBOBR:2013:4551
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 september 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:4280
  3. Conclusie A-G · 12 januari 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:44
  4. Hoge Raad · 9 maart 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:311

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

9 maart 2018

Eerste Kamer

17/00002

TT/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes,

t e g e n

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. N.T. Dempsey

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Achmea.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/01/250689/HA ZA 12-703 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 december 2012 en van de rechtbank Oost-Brabant van 24 juli 2013;

b. de arresten in de zaak 200.139.251/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 maart 2014, 21 juli 2015, 24 november 2015 en 27 september 2016.

De arresten van 21 juli 2015 en 27 september 2016 van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van 21 juli 2015 en 27 september 2016 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Achmea heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Achmea mede door mr. R.R. Oudijk.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 9 maart 2018.