Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoek niet ondertekend door advocaat…

Hoge Raad, 12 april 2019

Zaakgegevens

Op 12 april 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 april 2019
Datum publicatie
11 april 2019
Zaaknummer
19/00153
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:574
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoek niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:373
  2. Hoge Raad · 12 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:574

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

12 april 2019

Eerste Kamer

19/00153

TT/ABG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie.

Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] .

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar:

a. het verstekvonnis in de zaak C/10/494499/HA ZA 16-124 van de rechtbank Rotterdam van 9 maart 2016;

b. het vonnis in verzet in de zaak C/10/500227/HA ZA 16-412 van de rechtbank Rotterdam van 24 augustus 2016.

Het vonnis in verzet van de rechtbank van 24 augustus 2016 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis in verzet van de rechtbank van 24 augustus 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatieberoep is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 21 september 2018 ingekomen cassatieverzoek is ingediend door [eiser] zelf en is niet, zoals vereist door art. 407 lid 3 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoek binnen twee weken na binnenkomst ter griffie opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [eiser] in zijn beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 april 2019.