Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Procesinleiding niet…

Hoge Raad, 18 december 2020

Zaakgegevens

Op 18 december 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2020
Datum publicatie
17 december 2020
Zaaknummer
20/02563
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2090
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 14 mei 2019

    ECLI:NL:GHDHA:2019:1097
  2. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHDHA:2019:2478
  3. Gerechtshof Den Haag · 31 maart 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:483
  4. Conclusie A-G · 16 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1038
  5. Hoge Raad · 18 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2090

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02563

Datum 18 december 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser].


1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 2753972 CV EXPL 14-949 van de kantonrechter te Dordrecht van 10 april 2014, 18 september 2014 en 4 augustus 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.210.843/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2019, 1 oktober 2019 en 31 maart 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 31 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.

Het cassatieverzoek is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat [eiser] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiser] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiser] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.