Burgerlijk procesrecht
Cassatieprocesrecht; ontvankelijkheid cassatieberoep; beroep niet ingediend op voorgeschreven wijze…
Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2022
ECLI:NL:PHR:2022:642 · Parket bij de Hoge Raad · 10 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/ecli-nl-phr-2022-642
Zaakgegevens
Op 10 juni 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2022
- Datum publicatie
- 30 juni 2022
- Zaaknummer
- 22/01621
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:642
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht; ontvankelijkheid cassatieberoep; beroep niet ingediend op voorgeschreven wijze; hersteltermijn verstreken.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 januari 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:428Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2022:642
Hoge Raad · 16 september 2022
ECLI:NL:HR:2022:1210Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/01621
Zitting 10 juni 2022
CONCLUSIE
In de zaak
[eiser]
tegen
[verweerster]
1. Bij brief, ontvangen ter griffie van de Hoge Raad op 14 april 2022 (hierna: ‘procesinleiding’), heeft [eiser] zonder tussenkomst van een advocaat cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 18 januari 2022 van het hof Arnhem-Leeuwarden. In de procesinleiding wordt geen advocaat bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 9j van de Advocatenwet aangewezen die [eiser] zal vertegenwoordigen.
2. Bij brief van 15 april 2022 heeft de griffie van de Hoge Raad aan [eiser] bericht dat het cassatieberoep niet op de voorgeschreven wijze is aangebracht, te weten door indiening van een procesinleiding in het webportaal van de Hoge Raad door een advocaat bij de Hoge Raad die [eiser] in het geding zal vertegenwoordigen. De griffie van de Hoge Raad heeft in de brief erop gewezen dat het verzuim kan worden hersteld door binnen twee weken na binnenkomst dezelfde procesinleiding opnieuw in te dienen, maar nu door een advocaat bij de Hoge Raad en via het webportaal van de Hoge Raad.
3. Bij brief met bijlagen, ontvangen ter griffie op 28 april 2022, heeft [eiser] aangegeven dat en op welke inhoudelijke gronden hij het cassatieberoep wil doorzetten. Op de daarvoor geldende formele vereisten wordt in die brief niet ingegaan.
4. De vraag die moet worden beantwoord is of [eiser] ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. Een cassatieberoep in een burgerlijke zaak kan alleen worden ingesteld met tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad. In een vorderingsprocedure, zoals deze procedure, moet het cassatieberoep op grond van art. 407 leden 1 en 3 Rv worden ingesteld door middel van een procesinleiding waarin een advocaat bij de Hoge Raad wordt aangewezen die eiser tot cassatie in het geding zal vertegenwoordigen. De procesinleiding moet op grond van art. 30c lid 1 in verbinding met art. 407 lid 1 Rv langs elektronische weg worden ingediend. Daarvoor is het webportaal van de Hoge Raad aangewezen.Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad leidt het niet in acht nemen van deze voorschriften tot niet-ontvankelijkheid van eiser tot cassatie in zijn cassatieberoep. Dat is alleen anders indien de verzuimen zijn hersteld doordat dezelfde procesinleiding met inachtneming van de voorschriften opnieuw is ingediend. In dat verband hanteert de Hoge Raad een termijn van twee weken.
5. Herstel heeft in deze procedure niet plaatsgevonden.
6. [eiser] dient op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G