Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet…

Hoge Raad, 3 juni 2022

Zaakgegevens

Op 3 juni 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juni 2022
Datum publicatie
1 juni 2022
Zaaknummer
22/00379
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:822
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:RBROT:2020:9017
  2. Gerechtshof Den Haag · 7 september 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:1606

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 18 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:258
  4. Hoge Raad · 3 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:822

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/00379

Datum 3 juni 2022

ARREST

In de zaak van

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [verzoeker].

tegen

STICHTING TRIVIRE,

gevestigd te Dordrecht,

VERWEERSTER in cassatie.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/10/603186 / KG ZA 20-779 van de rechtbank Den Haag van 9 september 2020;

  2. het arrest in de zaak 200.284.374/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 september 2021.

[verzoeker] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [verzoeker] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [verzoeker] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 juni 2022.