Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Beroep tegen tussenarrest; niet-ontvankelijk (art. 401a lid 2 Rv).
Hoge Raad, 1 oktober 2021
ECLI:NL:HR:2021:1424 · Hoge Raad · 1 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1424
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2021
- Datum publicatie
- 30 september 2021
- Zaaknummer
- 20/01912
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- D.M de Knijff, H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1424
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Beroep tegen tussenarrest; niet-ontvankelijk (art. 401a lid 2 Rv).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 maart 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1069Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2021
ECLI:NL:PHR:2021:679Hoge Raad · 1 oktober 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1424
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01912
Datum 1 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: D.M. de Knijff,
tegen
[verweerster] LIMITED,
gevestigd te [vestigingsplaats], Cyprus,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/02/346672 / HA ZA 18-435 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 oktober 2018;
-
het arrest in de zaak 200.254.063/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2020.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift ingediend tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep en subsidiair tot verwerping van het cassatieberoep.
[eiseres] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend op het niet-ontvankelijkheidsverweer.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Uitgangspunten en feiten
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan:
(i) [verweerster] heeft [eiseres] in eerste aanleg op 30 januari 2018 gedagvaard om op de roldatum van 11 april 2018 te verschijnen. De dagvaarding is niet voor de aangezegde roldatum bij de rechtbank ingediend.
(ii) [verweerster] heeft op 17 april 2018 een herstelexploot aan [eiseres] betekend, waarin [eiseres] is aangezegd op de roldatum 23 mei 2018 te verschijnen. De zaak is bij de rechtbank ingeschreven onder zaak-/rolnummer C/02/344960/HA ZA 18327 (hierna: rolnummer 18327). [eiseres] heeft zich gesteld.
(iii) De rechtbank heeft [verweerster] tot 30 mei 2018 uitstel verleend om de originele dagvaarding met producties over te leggen.
(iv) Op 30 mei 2018 is geen (originele) dagvaarding overgelegd, waarna de zaak (met rolnummer 18-327) is doorgehaald.
(v) Op 5 juni 2018 heeft [verweerster] een tweede herstelexploot aan [eiseres] betekend, waarin zij de dagvaarding van 30 januari 2018 en het herstelexploot van 17 april 2018 heeft gehandhaafd en [eiseres] heeft aangezegd om op 13 juni 2018 te verschijnen.
(vi) [verweerster] heeft op 12 juni 2018 een derde herstelexploot uitgebracht. Hierin heeft zij [eiseres] aangezegd om op 4 juli 2018 te verschijnen.
(vii) Voor de rol van 4 juli 2018 heeft [verweerster] de dagvaarding van 30 januari 2018 en de herstelexploten van 17 april 2018, 5 juni 2018 en 12 juni 2018 ingediend.
(viii) De rechtbank heeft het hiervoor onder (vi) genoemde herstelexploot ingeschreven onder een ander rolnummer (hierna: rolnummer 18-435).
[verweerster] vordert in deze zaak een verklaring voor recht met betrekking tot door haar aan [eiseres] geleverde aandelen. [eiseres] heeft bij incident gevorderd dat [verweerster] niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen.
De rechtbank heeft de incidentele vordering van [eiseres] toegewezen en [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beoordeling.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak voor verdere behandeling en beslissing teruggewezen naar de rechtbank. Het hof heeft in zijn arrest niet door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde aan het geding gemaakt. Het arrest van het hof is dus een tussenarrest. Ingevolge art. 401a lid 2 Rv kan beroep in cassatie van dit arrest slechts tegelijk met dat van het eindarrest worden ingesteld, aangezien het hof niet anders heeft bepaald en de overige in dit artikel vermelde uitzonderingen evenmin van toepassing zijn. [eiseres] kan dus in haar cassatieberoep niet worden ontvangen.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 1 oktober 2021.