Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad…

Hoge Raad, 4 februari 2022

Zaakgegevens

Op 4 februari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
20/04030
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:119
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Art. 426a lid 1 Rv.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:RBNHO:2018:9492
  2. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:RBNHO:2019:8104
  3. Gerechtshof Amsterdam · 18 augustus 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2349
  4. Gerechtshof Amsterdam · 18 augustus 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2350
  5. Gerechtshof Amsterdam · 18 augustus 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2353
  6. Hoge Raad · 16 juli 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1163

    Bekrachtiging/bevestiging

  7. Conclusie A-G · 3 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1248
  8. Hoge Raad · 4 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:119

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

  9. Hoge Raad · 4 februari 2022

    ECLI:NL:HR:2022:120

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/04030

Datum 4 februari 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: [verzoeker].

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak C15/276418 / FA RK 18-3929 en C/15/278485 / FA RK 18-4957 van de rechtbank Noord-Holland van 2 oktober 2019;

  2. de beschikking in de zaken 200.271.479/01, 200.271.479/02 en 200.271.479/03 van het gerechtshof Amsterdam van 18 augustus 2020.

[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 17 november 2020 ingekomen verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.