Civiel recht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1248 · Parket bij de Hoge Raad · 3 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2021-1248
Zaakgegevens
Op 3 december 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 december 2021
- Datum publicatie
- 4 januari 2022
- Zaaknummers
- 20/04030, 20/04034
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:1248
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:9492Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:8104Gerechtshof Amsterdam · 18 augustus 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2349Gerechtshof Amsterdam · 18 augustus 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2350Gerechtshof Amsterdam · 18 augustus 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2353Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 december 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:1248
Hoge Raad · 4 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:119Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Hoge Raad · 4 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:120Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer20/04030 en 20/04034
Zitting 3 december 2021
CONCLUSIE
M.H. Wissink
In de zaak
[de man]
tegen
[de vrouw]
1. In de zaak met nummer 20/04030 heeft verzoeker tot cassatie bij brief van 14 november 2020, door de Hoge Raad ontvangen op 17 november 2020, beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 18 augustus 2020 (zaaknummer: nr. 200.271.479/01,02 en 03). Hierin heeft het hof, kort gezegd, de beschikking van de rechtbank bekrachtigd waarin verweerster in cassatie is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen van haar en van verzoeker tot cassatie en aan deze laatste de omgang met deze kinderen ontzegd.
2. In de zaak met nummer 20/04034 heeft verzoeker tot cassatie bij brief van 16 november 2020, door de Hoge Raad ontvangen op 17 november 2020, beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 18 augustus 2020 (zaaknummer 200.258.629.01), waarin hij door het hof niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep tegen twee beschikkingen van de rechtbank Noord-Holland.
3. Beide verzoekschriften tot cassatie zijn ingediend door verzoeker zelf en zijn niet, zoals vereist door artikel 426a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Het verzuim om artikel 426a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in acht te nemen, kan volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid, waarop verzoeker tot cassatie door de griffie van de Hoge Raad is gewezen, is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat verzoeker in beide cassatieberoepen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
4. In de verzoekschriften wordt vermeld dat door een cassatieadvocaat een negatief cassatieadvies is uitgebracht, dat de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag een verzoek om een andere cassatieadvocaat toe te wijzen voor een second opinion heeft afgewezen en dat tegen die afwijzing beroep is ingesteld bij het Hof van Discipline. Inmiddels heeft de griffie van de Hoge Raad van het Hof van Discipline vernomen dat het Hof het beklag ongegrond heeft verklaard.
Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker tot cassatie in zijn cassatieberoepen.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Plv.