Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad…

Hoge Raad, 24 april 2020

Zaakgegevens

Op 24 april 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 april 2020
Datum publicatie
23 april 2020
Zaaknummer
20/00375
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:804
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Art. 426a lid 1 Rv.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3512
  2. Conclusie A-G · 13 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:242
  3. Hoge Raad · 24 april 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:804

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00375

Datum 24 april 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: [verzoeker].

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak C/15/282495/ JU RK 18-2304 van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2019;

  2. de beschikking in de zaak 200.257.955/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 september 2019.

[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 10 december 2019 ingekomen verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 april 2020.