Insolventierecht
Insolventierecht. Faillissementsrecht. Verrekening. Art. 54 Fw. Geschil over verrekening van schuld van bank…
ECLI:NL:HR:2026:391 · Hoge Raad · 13 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2026-391
Zaakgegevens
Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2026
- Datum publicatie
- 12 maart 2026
- Zaaknummer
- 25/00289
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:391
Samenvatting
Insolventierecht. Faillissementsrecht. Verrekening. Art. 54 Fw. Geschil over verrekening van schuld van bank als gevolg van creditering van inkomende betaling na peildatum van art. 54 Fw met vordering van bank die door uitvoering van betalingsopdrachten (uitgaande betalingen) daarna ontstaat. O.m. klacht van bank dat hof heeft miskend dat art. 54 Fw niet verplicht tot afdracht aan boedel van inkomende betalingen voor zover met daardoor ontstane kredietruimte uitgaande betalingen zijn verricht. Zie ook HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 21 december 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:8637Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 oktober 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3373Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1013Hoge Raad · 13 maart 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:391
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00289
Datum 13 maart 2026
ARREST
In de zaak van
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaten: T.T. van Zanten en M.E. ten Brinke,
tegen
Bart Floris LOUWERIER, in zijn hoedanigheid van curator van IMPACT RETAIL B.V.,
kantoorhoudende te Breda,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/378741 / HA ZA 20-667 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 juli 2021, 18 mei 2022 en 21 december 2022;
b. het arrest in de zaak 200.326.027/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 oktober 2024.
Rabobank heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank mede door L. van den Reek en A.M. Mennens.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Rabobank hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft vandaag uitspraak gedaan in zaak 24/02147. In die zaak is dezelfde rechtsvraag aan de orde gesteld als in deze procedure. Uit de uitspraak in die zaak blijkt dat de door het middel in deze procedure verdedigde rechtsopvatting onjuist is. De klachten van het middel falen daarom.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rabobank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.