Intellectueel-eigendomsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Auteursrecht. Waterballonvuller; auteursrechtelijk beschermd werk?…
Hoge Raad, 5 april 2024
ECLI:NL:HR:2024:524 · Hoge Raad · 5 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/intellectueel-eigendomsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-524
Zaakgegevens
Op 5 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over intellectueel-eigendomsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 april 2024
- Datum publicatie
- 4 april 2024
- Zaaknummer
- 23/00751
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.E. Groeneveld-Tijssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:524
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Auteursrecht. Waterballonvuller; auteursrechtelijk beschermd werk? Techniekexceptie; triviale elementen.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 17 februari 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:1196Gerechtshof Den Haag · 29 november 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:2876(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 februari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:176Hoge Raad · 5 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:524
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00751
Datum 5 april 2024
ARREST
In de zaak van
TINNUS ENTERPRISES LLC,
gevestigd te Plano, Texas, Verenigde Staten van Amerika,
EISERES tot cassatie,
hierna: Tinnus,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaten: T. Cohen Jehoram en G.J. Harryvan.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/533108 / HA ZA 17-562 van de rechtbank Den Haag van 17 februari 2021;
b. het arrest in de zaak 200.295.977/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 november 2022.
Tinnus heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Tinnus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
[verweerster] maakt aanspraak op een proceskostenvergoeding op de voet van art. 1019h Rv. Zij heeft haar kosten begroot op een totaal van € 42.491,-- aan honorarium. [verweerster] meent dat, hoewel de zaak naar zijn aard niet complex is, vanwege het grote aantal cassatieklachten dat Tinnus heeft aangevoerd toch het maximumtarief voor een complexe zaak als bedoeld in de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017 moet worden aangehouden. Tinnus maakt daartegen bezwaar. De Hoge Raad volgt [verweerster] niet in haar betoog. De zaak moet, ook in cassatie, worden aangemerkt als een normale zaak in de zin van de Indicatietarieven. De Hoge Raad acht het voor die categorie geldende maximumtarief redelijk en evenredig.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Tinnus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 21.940,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Tinnus deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 5 april 2024.