Intellectueel-eigendomsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Octrooirecht. Gebrek aan inventiviteit? Maatstaf. Openbaarmaking in…

Hoge Raad, 14 februari 2025

Zaakgegevens

Op 14 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over intellectueel-eigendomsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 februari 2025
Datum publicatie
13 februari 2025
Zaaknummer
23/03951
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
A.M. van Aerde
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:262
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Octrooirecht. Gebrek aan inventiviteit? Maatstaf. Openbaarmaking in aanvrage.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1407
  2. Hoge Raad · 14 februari 2025

    ECLI:NL:HR:2025:260
  3. Hoge Raad · 14 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:262

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/03951

Datum 14 februari 2025

ARREST

In de zaak van

SANDOZ B.V.,

gevestigd te Weesp,

EISERES tot cassatie,

hierna: Sandoz,

advocaat: A.M. van Aerde,

tegen

BRISTOL-MYERS SQUIBB HOLDINGS IRELAND UNLIMITED COMPANY,

gevestigd te Dublin, Ierland,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: BMS,

advocaten: T. Cohen Jehoram en J.J. Valk.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/09/644989 KG ZA 23-240 van de rechtbank Den Haag van 17 mei 2023;

b. het arrest in de zaak 200.327.532/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023.

Sandoz heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

BMS heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor BMS mede door R. Sheombar.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.2

Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient Sandoz te worden verwezen in de proceskosten. Nu BMS op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie heeft gevorderd en partijen overeenstemming hebben bereikt over de ter zake op de voet van deze bepaling toe te schatten kosten, zal de Hoge Raad dienovereenkomstig beslissen (Indicatietarieven in octrooizaken Hoge Raad punt 4).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Sandoz in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BMS begroot op € 857,-- aan verschotten en € 55.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Sandoz deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 14 februari 2025.