Internationaal publiekrecht overig

Art. 81 lid 1 RO. Internationaal publiekrecht. Immuniteit van jurisdictie. Weigering van Iraakse marine om…

Hoge Raad, 10 april 2026

Zaakgegevens

Op 10 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Zaaknummer
23/02295
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.L.M.M Tan, R.R. Verkerk
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:577
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Internationaal publiekrecht. Immuniteit van jurisdictie. Weigering van Iraakse marine om toestemming te verlenen aan Nederlandse onderneming om schepen te verplaatsen naar buiten Iraakse Marine Exclusive Zone. Is sprake van acta iure imperii of van acta iure gestionis?

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 14 maart 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:338
  2. Conclusie A-G · 6 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:153
  3. Hoge Raad · 10 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:577

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/02295

Datum 10 april 2026

ARREST

In de zaak van

MAMMOET SALVAGE B.V.,

gevestigd te Rotterdam ,

EISERES tot cassatie,

hierna: Mammoet ,

advocaat: R.L.M.M. Tan,

tegen

REPUBLIEK IRAK,

zetelende te Bagdad, Irak,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Irak,

advocaat: R.R. Verkerk.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaken C/10/589261 / HA ZA 20-20 en C/10/590876 / HA ZA 20-137 van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2021;

b. het arrest in de zaak 200.295.785/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 maart 2023.

Mammoet heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Irak heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Irak mede door S.E. Berkhof.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Mammoet heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Mammoet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Irak begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026.