Internationaal publiekrecht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Opzegging door gemeente van langlopende overeenkomsten met…
Hoge Raad, 29 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:445 · Hoge Raad · 29 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/internationaal-publiekrecht/internationaal-publiekrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-445
Zaakgegevens
Op 29 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over internationaal publiekrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 maart 2019
- Datum publicatie
- 27 maart 2019
- Zaaknummer
- 17/05818
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:445
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Opzegging door gemeente van langlopende overeenkomsten met netbeheerder. Is voor opzegging voldoende zwaarwegende grond vereist? Vormen opgegeven redenen een zodanige voldoende zwaarwegende grond? HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 september 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:8029Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:67Hoge Raad · 29 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:445
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
29 maart 2019
Eerste Kamer
17/05818
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GEMEENTE VOORST,
zetelende te Twello,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. M.E.M.G. Peletier en mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
VITENS N.V.,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk en mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de gemeente en Vitens.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/277108/HZ ZA 15-34 van de rechtbank Gelderland van 13 mei 2015 en 30 september 2015;
b. het arrest in de zaak 200.185.608 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de gemeente beroep in cassatie ingesteld. Vitens heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Vitens mede door mr. A. Stortelder en mr. C. Presilli.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt in het principale cassatieberoep tot verwerping.
De advocaat van de gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vitens begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Vitens in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Vitens deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 29 maart 2019.