Ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht; verzoek om enquête. Geschil tussen aandeelhouder(s) en rechtspersoon over beweerdelijk…
ECLI:NL:HR:2006:AX6615 · Hoge Raad · 23 juni 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax6615
Zaakgegevens
Op 23 juni 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R05/092HR (OK 120)
- Rechtsgebied
- Civiel recht Ondernemingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W.H van Wijk, mr. D Rijpma, mr. D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX6615
Samenvatting
Ondernemingsrecht; verzoek om enquête. Geschil tussen aandeelhouder(s) en rechtspersoon over beweerdelijk wanbeleid; gegronde redenen voor twijfel aan juist beleid; betekenis van wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 23 juni 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX6615
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 juni 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX6615
Uitspraak
23 juni 2006
Eerste Kamer
Nr. R05/092HR (OK 120)
MK/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
CALLACTIVE B.V.,
gevestigd te Muiderberg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,
e n t e g e n
1. [Belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Belanghebbende 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Belanghebbende 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Belanghebbende 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
1. Het geding in feitelijke instantie
Verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - heeft op 17 december 2004 een verzoekschrift ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam en verzocht een enquêteur te benoemen, te onderzoeken alsdan en in hoeverre het gevoerde beleid van het bestuur van verweerster in cassatie - verder te noemen: CallActive - valt aan te merken als wanbeleid in de zin der wet, met bepaling dat de kosten van de procedure en van de te benoemen enquêteur worden gedragen door CallActive.
CallActive heeft het verzoek bestreden en verzocht [verzoekster] niet ontvankelijk te verklaren althans haar verzoek af te wijzen, kosten rechtens.
De ondernemingskamer heeft bij beschikking van 20 april 2005 het verzoek van [verzoekster] afgewezen, haar in de kosten van het geding veroordeeld en de beschikking wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De beschikking van de ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de ondernemingskamer heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
CallActive heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CallActive begroot op € 336,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 juni 2006.