Ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht; enquêterecht. Toegewezen enquêteverzoek, gegronde redenen om aan een juist beleid te…
ECLI:NL:HR:2007:BB4203 · Hoge Raad · 12 oktober 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-bb4203
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/181HR (OK 130)
- Rechtsgebied
- Civiel recht Ondernemingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.L Kleyn, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BB4203
Samenvatting
Ondernemingsrecht; enquêterecht. Toegewezen enquêteverzoek, gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Geschil tussen vader en zoon die ieder via een vennootschap houders zijn van 50% van de aandelen in een holding waarvan de vader als bestuurder de zoon als werknemer heeft ontslagen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 12 oktober 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BB4203
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 oktober 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB4203
Uitspraak
12 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/181HR (OK 130)
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verzoekster 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook afzonderlijk worden aangeduid als [verzoekster 1], [verzoekster 2], [verzoeker 3], [verzoekster 4] en [verweerster], verzoekers tot cassatie ook als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft op 16 december 2005 een verzoekschrift ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam en verzocht, kort gezegd:
1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van [verzoekster 1] en van [verzoekster 2] over de periode vanaf 1 augustus 2005;
2. voor de duur van het geding bij wijze van onmiddellijke voorzieningen;
a) [verzoeker 3] te schorsen als bestuurder van [verzoekster 1];
b) [betrokkene 1] dan wel een derde te benoemen tot bestuurder van [verzoekster 1];
c) [verzoekster 4] te gelasten de door haar gehouden aandelen in [verzoekster 1] ten titel van beheer over te dragen aan een door de ondernemingskamer aan te wijzen derde;
3. [verzoekster 1] en [verzoekster 2] te veroordelen in de kosten van het geding.
[Verzoeker] c.s. hebben het verzoek bestreden.
De ondernemingskamer heeft bij beschikking van 24 november 2006 een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [verzoekster 1] en [verzoekster 2] over de periode vanaf 1 augustus 2005 bevolen.
De beschikking van de ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de ondernemingskamer hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 341,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.