Personen- en familierecht
Familierecht; ondertoezichtstelling, gewone verblijfsplaats van minderjarig kind (81 RO).
Hoge Raad, 26 september 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD7081 · Hoge Raad · 26 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd7081
Zaakgegevens
Op 26 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/12327
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD7081
Samenvatting
Familierecht; ondertoezichtstelling, gewone verblijfsplaats van minderjarig kind (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 26 september 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD7081
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 september 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD7081
Uitspraak
26 september 2008
Eerste Kamer
07/12327
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 maart 2006 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat [kind 1] (het minderjarige kind van partijen) met ingang van het in deze te wijzen beschikking, zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de man.
De vrouw heeft het verzoek bestreden en een zelfstandig verzoek tot wijziging van de omgangsregeling verzocht.
De rechtbank heeft na het horen van partijen de zaak aangehouden in afwachting van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Na ontvangst van dat rapport en het advies van die Raad is de mondelinge behandeling voortgezet. Bij beschikking van 2 februari 2007 heeft de rechtbank bepaald dat de gewone verblijfplaats van [kind 1] voortaan bij de man is en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem (nevenzittingsplaats Leeuwarden).
Bij beschikking van 12 juli 2007 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 september 2008.