Personen- en familierecht
Familierecht; geschil tussen voormalige levenspartners over gezamenlijk gezag over door vader erkend…
Hoge Raad, 12 december 2008
ECLI:NL:HR:2008:BF3923 · Hoge Raad · 12 december 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bf3923
Zaakgegevens
Op 12 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00594
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BF3923
Samenvatting
Familierecht; geschil tussen voormalige levenspartners over gezamenlijk gezag over door vader erkend minderjarig kind (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 12 december 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BF3923
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 december 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BF3923
Uitspraak
12 december 2008
Eerste Kamer
08/00594
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 juli 2005 ter griffie van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, ingediend verzoekschrift heeft de vader verzocht, kort gezegd, primair hem in plaats van de moeder met het gezag over de minderjarige dochter van partijen, [de dochter], te belasten, en, subisidiair: hem en de moeder te belasten met gezamenlijk ouderlijk gezag over [de dochter].
De moeder heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandeling van de zaak op 11 oktober 2005, heeft de kantonrechter de zaak aangehouden in afwachting van mediation en een advies van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Partijen hebben de mediation voortijdig beëindigd. De RvdK heeft bij rapport van 21 september 2006 een advies uitgebracht aan de kantonrechter. Hierna is de mondelinge behandeling van de zaak voortgezet. De vader heeft zijn verzoek ter zitting gewijzigd.
De kantonrechter heeft bij beschikking van 21 december 2006 de verzoeken van de vader afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 8 november 2007 heeft het hof, voorzover thans van belang, de beschikking van de kantonrechter van 21 december 2006 bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 6 oktober 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 12 december 2008, nr. 08/00340).
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 december 2008.