Personen- en familierecht

Familierecht. Verlenging duur ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; art. 1: 256, 262 BW…

Hoge Raad, 22 april 2011

Zaakgegevens

Op 22 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/01817
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP9040
E-mail

Samenvatting

Familierecht. Verlenging duur ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; art. 1: 256, 262 BW. Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang in verband met verstrijken termijn van verlenging. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 22 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP9040

  2. Conclusie A-G · 22 april 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP9040

Uitspraak

22 april 2011

Eerste Kamer

10/01817

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

STICHTING GEREFORMEERDE JEUGDBESCHERMING, optredende namens Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,

gevestigd te Amersfoort,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en SGJ.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaken 337099/JE RK 09-1195 en 337872/JE RK 09-1299 van de rechtbank 's-Gravenhage van 16 juni 2009 en 24 juli 2009;

b. de beschikking in de zaak 200.047.398/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 februari 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

SGJ heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 22 april 2011.