Personen- en familierecht

Familierecht. Verlenging duur ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; art. 1: 256, 262 BW…

Parket bij de Hoge Raad, 22 april 2011

Zaakgegevens

Op 22 april 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/01817
ECLI
ECLI:NL:PHR:2011:BP9040
E-mail

Samenvatting

Familierecht. Verlenging duur ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; art. 1: 256, 262 BW. Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang in verband met verstrijken termijn van verlenging. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 22 april 2011

    ECLI:NL:HR:2011:BP9040
  2. Conclusie A-G · 22 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2011:BP9040

Conclusie

10/01817

mr. De Vries Lentsch-Kostense

Parket 14 maart 2011

Conclusie inzake

[De moeder]

tegen

Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming optredende namens Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden

1. In deze zaak wordt in cassatie opgekomen tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Gravenhage van 3 februari 2010 waarin het hof de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 juli 2009 heeft bekrachtigd voor zover aan zijn oordeel onderworpen. In genoemde beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1993 en [kind 2], geboren op [geboortedatum] 1997, kinderen van verzoekster tot cassatie (verder: de moeder) verlengd met ingang van 29 juli 2009 tot 1 juli 2010, met behoud van de SGJ, namens BJZ, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg. Voorts heeft zij de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor dezelfde periode. Tevens heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de (fictieve) schriftelijke aanwijzing, inhoudende een beperking van de contacten tussen de moeder en de minderjarigen voor de duur van de uithuisplaatsing, afgewezen.

2. De moeder heeft - tijdig - cassatieberoep ingesteld. Verweerster in cassatie heeft geen verweerschrift ingediend.

3. Aangezien de geldigheidsduur van de verlenging van de ondertoezichtstelling en die van de machtiging tot uithuisplaatsing reeds op 1 juli 2010 is verstreken, heeft de moeder geen belang meer bij haar cassatieberoep, zodat dit beroep wegens gebrek aan belang dient te worden verworpen. Zie HR 9 juli 2010, LJN BM2337 en HR 8 oktober 2010, LJN BN1396.

Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden