Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Hoge Raad, 21 september 2010

Zaakgegevens

Op 21 september 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00199
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BM9401
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 21 september 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BM9401

  2. Conclusie A-G · 21 september 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BM9401

Uitspraak

21 september 2010

Strafkamer

nr. 09/00199

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 oktober 2008, nummer 23/004364-07, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.G.M.C. Peters, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 21 september 2010.