Strafrecht overig

Artt. 289 en 242 Sr. Verdwijning/moord meisje Dordrecht. HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 4 oktober 2013

Zaakgegevens

Op 4 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 oktober 2013
Datum publicatie
4 oktober 2013
Zaaknummer
12/03139
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:853
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artt. 289 en 242 Sr. Verdwijning/moord meisje Dordrecht. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Dordrecht · 26 november 2010

    ECLI:NL:RBDOR:2010:BO5167
  2. Gerechtshof 's-Gravenhage · 5 juni 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7425

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 10 september 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:865
  4. Hoge Raad · 4 oktober 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:853

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

4 oktober 2013

Strafkamer

nr. 12/03139

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 juni 2012, nummer 22/006088-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr W.J. Ausma en mr. O.E. de Jong, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2013.