Strafrecht overig

Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:1695. HR: art. 81.1 RO

Hoge Raad, 28 oktober 2014

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 oktober 2014
Datum publicatie
28 oktober 2014
Zaaknummer
13/03355
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:3048
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:1695. HR: art. 81.1 RO

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 2 september 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:1883
  2. Hoge Raad · 28 oktober 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:3048

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

28 oktober 2014

Strafkamer

nr. 13/03355

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 mei 2013, nummer 20/002370-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

1.1.

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

1.2.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1695, geoordeeld dat de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij de klacht van het middel dat het Hof het slachtoffer ten onrechte niet als getuige heeft beëdigd en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de andere klacht van het middel.

1.3.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Naar uit voormeld tussenarrest van de Hoge Raad volgt is de eerste klacht van het middel tevergeefs voorgesteld.

De tweede klacht van het middel komt op tegen de verwerping door het Hof van een beroep op noodweerexces. Het middel kan ook in zoverre niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2014.