Strafrecht overig

Profijtontneming. HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 18 maart 2014

Zaakgegevens

Op 18 maart 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 maart 2014
Datum publicatie
19 maart 2014
Zaaknummer
12/02359
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:658
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 januari 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:131
  2. Hoge Raad · 18 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:658

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

18 maart 2014

Strafkamer

nr. 12/02359 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 20 april 2012, nummer 21/002487-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft gezien art. 81, eerste lid, RO geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2014.