Strafrecht overig

Bewijsmotiveringsklacht. Opzetheling motorboot. Art. 416.1 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 22 november 2016

Zaakgegevens

Op 22 november 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2016
Datum publicatie
23 november 2016
Zaaknummer
14/06306
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2660
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bewijsmotiveringsklacht. Opzetheling motorboot. Art. 416.1 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 24 november 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:4951
  2. Conclusie A-G · 26 april 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:663
  3. Hoge Raad · 22 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2660

    Conclusie gevolgd · Overig

  4. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:HR:2016:3503

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

22 november 2016

Strafkamer

nr. S 14/06306

ABG/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 november 2014, nummer 23/001863-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en K. Canatan, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Berndsen heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2016.