Strafrecht overig

HR: 81.1 RO. Conclusie AG over 1) criteria voor de beantwoording van de vraag of anoniem aan de politie…

Hoge Raad, 8 maart 2016

Zaakgegevens

Op 8 maart 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 maart 2016
Datum publicatie
8 maart 2016
Zaaknummer
14/05231
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:389
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO. Conclusie AG over 1) criteria voor de beantwoording van de vraag of anoniem aan de politie verstrekte informatie een redelijk vermoeden van overtreding van de WWM oplevert, en 2) het geven van de cautie, de vraag wanneer sprake is van een verhoor a.b.i. art. 29 Sv en een uit eigen initiatief door de verdachte afgelegde verklaring.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:4932
  2. Conclusie A-G · 2 februari 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:87
  3. Hoge Raad · 8 maart 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:389

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

8 maart 2016

Strafkamer

nr. S 14/05231

MD/ABG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 september 2014, nummer 23/001298-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2016.