Strafrecht overig

HR: art. 81 RO. CAG over (opzet op) wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging met een andere…

Hoge Raad, 22 maart 2016

Zaakgegevens

Op 22 maart 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2016
Datum publicatie
22 maart 2016
Zaaknummer
14/06450
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:458
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81 RO. CAG over (opzet op) wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging met een andere feitelijkheid idzv art. 242 Sr.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:5148
  2. Conclusie A-G · 19 januari 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:123
  3. Hoge Raad · 22 maart 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:458

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

22 maart 2016

Strafkamer

nr. S 14/06450 J

SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 december 2014, nummer 23/003093-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2016.