Strafrecht overig

Vervolgingsuitlevering aan Turkije t.z.v. in georganiseerd verband handelen in verdovende middelen en leiden…

Hoge Raad, 17 mei 2016

Zaakgegevens

Op 17 mei 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 mei 2016
Datum publicatie
18 mei 2016
Zaaknummer
15/05740
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:877
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgingsuitlevering aan Turkije t.z.v. in georganiseerd verband handelen in verdovende middelen en leiden van criminele organisatie. Ne bis in idem. Rb geeft negatief advies inzake uitlevering i.v.m. sepot in Nederland t.z.v. feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 april 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:365
  2. Hoge Raad · 17 mei 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:877

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

17 mei 2016

Strafkamer

nr. S 15/05740 U

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 1 december 2015, nummer 16/7000150-15, op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft S. Schuurman, advocaat te Breukelen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2016.