Strafrecht overig
Strafmotivering. Verwijzing naar twee eerdere vermogensdelicten, terwijl uit uittreksel JD blijkt dat daarop…
Hoge Raad, 16 mei 2017
ECLI:NL:HR:2017:1091 · Hoge Raad · 16 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1091
Zaakgegevens
Op 16 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 mei 2017
- Datum publicatie
- 13 juni 2017
- Zaaknummer
- 15/04848
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1091
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Strafmotivering. Verwijzing naar twee eerdere vermogensdelicten, terwijl uit uittreksel JD blijkt dat daarop betrekking hebbende veroordelingen t.t.v. bewezen verklaarde diefstal nog niet onherroepelijk waren, hoewel die feiten wel zijn gepleegd vóór pleegdatum van het onderhavige feit. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft in de strafmotivering niet aangeknoopt bij eerdere veroordelingen maar bij soortgelijke feiten die verdachte eerder heeft begaan. Overweging valt onder de rol van de persoonlijke omstandigheden van verdachte bij straftoemeting.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:449Hoge Raad · 16 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1091
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
16 mei 2017
Strafkamer
nr. S 15/04848
DFL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2015, nummer 23/001387-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2017.