Strafrecht overig
Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:595 (verwerping klacht m.b.t. aanwezigheidsrecht) n.a.v. aanvullende CAG. Hof…
ECLI:NL:HR:2017:1120 · Hoge Raad · 20 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1120
Zaakgegevens
Op 20 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2017
- Datum publicatie
- 20 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/02592
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1120
Samenvatting
Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:595 (verwerping klacht m.b.t. aanwezigheidsrecht) n.a.v. aanvullende CAG. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Mededeling uitspraak e.a. in persoon uitgereikt aan verdachte? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 mei 2017
ECLI:NL:PHR:2017:497Hoge Raad · 20 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1120
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/02592
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 31 maart 2016, nummer 22/003960-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A. Groenendijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:595, geoordeeld dat het derde middel niet tot cassatie kan leiden en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de overige middelen.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2017.