Strafrecht overig

Opzettelijk aanwezig hebben van ca. 250 hennepplanten. Redengevende f&o in bewijsoverwegingen, bewijs…

Hoge Raad, 11 juli 2017

Zaakgegevens

Op 11 juli 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juli 2017
Datum publicatie
11 juli 2017
Zaaknummer
15/04438
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1310
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijk aanwezig hebben van ca. 250 hennepplanten. Redengevende f&o in bewijsoverwegingen, bewijs medeplegen en opzettelijk aanwezig hebben en kwalificatie bewezen verklaarde. HR: art. 81.1 RO, met verbeterde lezing van kwalificatie in rov. 1. CAG: Verdachte heeft geen belang bij slagende klacht over medeplegen.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 juni 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:630
  2. Hoge Raad · 11 juli 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:1310

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

11 juli 2017

Strafkamer

nr. S 15/04438

BKL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 september 2015, nummer 23/004197-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 30 oktober 2014 - de verdachte ter zake van (de Hoge Raad leest:) "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet" veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis.

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.M. Hendrix, advocaat te Sittard, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde, tot verbetering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.