Strafrecht overig

Rijden onder invloed, art. 8.2 aanhef onder a WVWV 1994, en ongeldigverklaring rijbewijs op de grond dat…

Hoge Raad, 26 september 2017

Zaakgegevens

Op 26 september 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 september 2017
Datum publicatie
26 september 2017
Zaaknummer
16/00680
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2478
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden onder invloed, art. 8.2 aanhef onder a WVWV 1994, en ongeldigverklaring rijbewijs op de grond dat verdachte geen gehoor heeft gegeven aan besluit CBR tot onderzoek naar rijgeschiktheid, omdat dit onderzoek zou kunnen resulteren in deelname aan het alcoholslotprogramma. Samenval strafrechtelijk en bestuursrechtelijk traject. OM niet-ontvankelijk in zijn vervolging wegens strijd met art. 68 Sr? HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft terecht geoordeeld dat “niet kan worden aangenomen dat de enkele mogelijkheid van een latere oplegging van deelname aan het alcoholslotprogramma reeds zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM in zijn vervolging”.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 juli 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:952
  2. Hoge Raad · 26 september 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2478

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

26 september 2017

Strafkamer

nr. S 16/00680

ABG/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 26 januari 2016, nummer 21/004960-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.