Strafrecht overig

Gekwalificeerde doodslag en diefstal met geweld, art. 288 en 312 Sr. Overvallen op woningen waarvan de…

Hoge Raad, 7 november 2017

Zaakgegevens

Op 7 november 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 november 2017
Datum publicatie
7 november 2017
Zaaknummer
17/01263
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2810
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gekwalificeerde doodslag en diefstal met geweld, art. 288 en 312 Sr. Overvallen op woningen waarvan de bewoners (hoog)bejaard waren. Klachten over ’s Hofs beslissing op art. 359a Sv-verweer, de motivering van de verwerping van enkele uos en het bewijs van het oogmerk a.b.i. art. 288 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 december 2016

    ECLI:NL:GHDHA:2016:3684
  2. Conclusie A-G · 10 oktober 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1210
  3. Hoge Raad · 7 november 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2810

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

7 november 2017

Strafkamer

nr. S 17/01263

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 december 2016, nummer 22/005417-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2017.