Strafrecht overig
Medeplegen poging woninginbraak. Falende bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft kennelijk…
Hoge Raad, 3 juli 2018
ECLI:NL:HR:2018:1060 · Hoge Raad · 3 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1060
Zaakgegevens
Op 3 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2018
- Datum publicatie
- 2 juli 2018
- Zaaknummer
- 16/06109
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1060
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen poging woninginbraak. Falende bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de handelingen van verdachte en diens medeverdachten het karakter droegen van een gezamenlijk ondernomen poging en daarmee van een gezamenlijke uitvoering. Dat oordeel is gelet op hetgeen Hof m.b.t. de gedragingen van verdachte heeft vastgesteld en gezien zijn proceshouding niet onbegrijpelijk.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 mei 2018
ECLI:NL:PHR:2018:724Hoge Raad · 3 juli 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1060
Uitspraak
3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/06109
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 december 2016, nummer 22/004181-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2018.